Eerste rode lamp was gewoon wit
In deze moderne tijd mag de "rode lamp" hopeloos
ouderwets lijken, het miljardenconcern Philips produceert deze
kameraad voor gekwelde spieren nog steeds. Al zestig
jaar.
Van de types van voor 1980 heeft hij vrijwel alle modellen.
Enkele rode lampen staan zichtbaar op een plank, de meeste
exemplaren zijn opgeborgen in hun originele doos. Dat geldt ook
voor het eerste apparaat dat Jan de Graaf vier jaar geleden voor 50
eurocent ergens op de kop tikte. "Het bleek een van de eerste door
Philips gefabriceerde infraroodlampen te zijn, een Infraphil uit
1946. Mijn ouders hadden vroeger ook zo'n apparaat, maar dan in een
veel zwaardere uitvoering." Kort daarna loopt de elektrotechnicus
uit De Zilk (bij Noordwijkerhout) op een rommelmarkt tegen die
"lamp van thuis" aan. "Ik dacht dat mijn verzameling daarmee
compleet was, maar in een kringloopwinkel ontdekte ik opnieuw een
Infraphil in een heel andere uitvoering."
Vanaf dat moment wil De Graaf exact weten welke types Philips
geproduceerd heeft, waarmee hij waarschijnlijk de enige Nederlander
is die zich met deze buitenissige hobby bezighoudt. Dat bij de
Eindhovense fabrikant een dergelijk overzicht ontbreekt, verbaast
hem. "Of Philips als eerste de infraroodlamp maakte, weet ik niet
zeker. Ze werden wel de grootste op dat gebied. Ook als
toeleverancier van Duitse bedrijven die de lampen in hun eigen
armaturen plaatsten."
Koninklijke Philips Electronics NV registreert in september 1945
de naam Infraphil, een samentrekking van infrarood en Philips. Een
jaar later brengt de fabrikant de infraroodstraler op de markt.
"Niet voorzien van een rode lamp, maar van een witte. Het was in
essentie een aangepaste gloeilamp. Een leek kan hem nauwelijks van
een normale onderscheiden. Het licht is minder fel om in de kijken
dan bij een gewone bol, omdat de gloeidraadtemperatuur lager is.
Zo'n 2400 graden Celsius in plaats van 3000. Het bijgeleverde
brilletje was overigens om problemen met de ogen te voorkomen."
Al vrij snel daarna, in 1947, presenteert Philips "de verbeterde
Infraphil". "Dit model heeft een rode lamp, blijkbaar om de
consument te overtuigen dat het om een echte infraroodlamp
gaat."
Goedbeschouwd is de "rode lamp" geen lamp, meent De Graaf. "Het
is een straler. Het is evenmin een hoogtezon, want daarin zit een
ultravioletlamp. Dat geldt ook voor de huidige zonnehemels en
-banken. Als bruiners van de huid hebben die meestal een
cosmetische toepassing. Er bestaan ook combinaties met zowel
infrarood als ultraviolet."
Werkt ultravioletstraling vooral in op de oppervlakte van de
huid, infraroodstraling stimuleert juist dieper onder de huid
gelegen weefsels. "Mensen met spier- en gewrichtsklachten hebben
daar baat bij. De therapeutische werking berust op weldadige
warmte. Het is echter een misverstand dat het zichtbare licht van
de lamp daarvoor verantwoordelijk is. Het is juist de onzichtbare
straling."
Wat er precies gebeurt, is met een uitstapje in de natuurkunde
uit te leggen. Via zijn website www.extralicht.nl doet De Graaf een poging,
zich realiserend dat het fenomeen "infrarood" voor velen een
duistere wereld zal blijven.
Infrarood blijkt slechts een deel van het enorme
elektromagnetische spectrum te zijn dat de zon uitstraalt. De
Britse wiskundige en fysicus Isaac Newton maakt met behulp van een
prisma -een driehoekig stuk glas- zichtbaar dat "wit zonlicht"
eigenlijk een combinatie van kleuren is, van het langgolvige rood
naar het kortgolvige violet. Voor een bewijs hoeft hij maar naar
een regenboog te wijzen.
William Herschel -een als Duitser geboren, maar tot Brit
genaturaliseerde musicus die in de nachtelijke uren graag naar
sterren en planeten kijkt- bestudeert daarna het warmte-effect van
zonnestraling. De amateur ziet de temperatuur stijgen als zijn
glasthermometer in het zichtbare zonnespectrum van violet naar rood
beweegt. Herschel ontdekt ook dat het voorbij het rode einde nog
warmer is en stelt daarmee het bestaan van "lager dan rode
straling" vast.
Infraroodstraling gedraagt zich als licht en heeft geen lucht of
water nodig om zich te verspreiden, aldus De Graaf. "De straling
warmt aangestraalde voorwerpen direct op. Ook lucht en
vloeistoffen. Mensen voelen deze warmtestraling als warmte en dat
zorgt ervoor dat het vaak met warmte wordt verward. Natuurkundig
gezien is warmte echter een grootheid die iets zegt over de
temperatuur van een voorwerp. Of van lucht en water. Die fungeren
als transportmiddel om warmte op ons lichaam over te brengen."
De straling van de rode lamp kan goed op bijvoorbeeld verkrampte
schouders of een stijve nek gericht worden. "Het is van belang de
juiste golflengte te kiezen, zodat de straling optimaal door de
bovenste huidlagen kan dringen, om vervolgens voor de nuttige
temperatuursverhoging en een betere doorbloeding te zorgen."
Risico's zijn er volgens de verzamelaar nauwelijks. "De
fabrikant waarschuwt alleen om infraroodstralers niet te gebruiken
in combinatie met pijnstillers. Die verhogen de pijngrens, die
ongeveer bij 45 graden Celsius ligt. Het is ook verstandig om een
bril af te doen. Sommige monturen bevatten kunststoffen die door de
stralingswarmte kunnen smelten."
De rode lamp mag dan verouderd lijken, Philips fabriceert nog
altijd producten die op hetzelfde principe gebaseerd zijn. En
steeds meer sauna's en thermen laten bezoekers in een
infraroodcabine zweten. Ook op dit vlak is er dus niets nieuws
onder de zon.
http://www.refdag.nl/nieuws/eerste_rode_lamp_was_gewoon_wit_1_159058